Home » Over de mond » De gezonde mond

Anatomie

Anatomie van de tand

In zijn meest vereenvoudigde vorm bestaat een tand uit een tandkroon (het deel dat je ziet in de mond) en een tandwortel (die in het bot zit en bedekt wordt door het tandvlees). Wanneer we de tand echter in doorsnede bekijken, bemerken we drie grote lagen

  1. Tandglazuur

Het tandglazuur is de harde buitenlaag van de tandkroon. Het is een mineraal, gevormd uit hydroxyapatiet. Net zoals andere mineralen die we vaak kennen als gekleurde gesteenten, bestaat het tandglazuur uit kristallen, die op een bepaalde manier het licht verstrooien. Dit maakt dat onze tanden mooi glanzen. Hoe dikker de glazuurlaag, hoe ‘mooier’ de tanden dan ook zullen zijn. Bij mensen die veel frisdrank of andere zure dranken drinken, lost het tandglazuur op, waardoor de tanden geleidelijk aan geler en matter van kleur worden door het doorschemeren van de onderliggende gele laag (het tandbeen of dentine, zie verder). Tandglazuur dat door oplossen of wegslijten verdwenen is of door een ongeluk afbreekt, groeit nooit terug. Het wordt dus sterk aangeraden deze problemen te voorkomen door frisdrankgebruik zoveel mogelijk te beperken en o.a. bij contactsporten mondbeschermers te dragen. Voorkomen is beter dan genezen!

Het tandglazuur heeft uiteraard niet enkel een esthetische functie, het beschermt onze tanden ook tegen prikkels en aanvallen van buitenaf. Hoe sterker ons glazuur, waar we zelf kunnen voor zorgen door onze tanden te poetsen met een fluoride-houdende tandpasta, hoe minder kans we hebben op gaatjes of andere schade. De sterkte van ons glazuur kunnen we vaak zelf aan den lijve ondervinden, wanneer –door verkeerd te poetsen of tandvleesproblemen- een deel van de tandwortel bloot komt te liggen. Zoals je kan zien op de tekening, is de tandwortel niet bedekt door een glazuurlaag, maar enkel door een dun laagje tandcement. Wanneer een koude prikkel dit cement bereikt, kan dit best wel gevoelig zijn, terwijl het tandglazuur deze koude niet zo makkelijk doorlaat. Deze koudegevoeligheid wordt ook wel tandhalsgevoeligheid genoemd.

  1. Dentine

Onder het tandglazuur ligt het dentine of tandbeen. Deze laag is minder hard dan het tandglazuur, omdat dentine naast mineraal (hydroxyapatiet) ook vezelstructuren (collageen) bevat. Door deze gemengde structuur is dentine niet alleen zachter, maar ook geler en minder helder van kleur dan het tandglazuur, dat bijna doorzichtig is.

In het dentine lopen miljoenen microscopische buisjes, die gevuld zijn met een vloeistof. Deze buisjes vormen een alarmfunctie voor de tand. Wanneer koude, warmte, bacteriën of andere micro-organismen deze buisjes bereiken, dan wordt doorheen de buisjes een prikkel doorgestuurd naar de onderliggende tandzenuw, die zorgt voor een gevoel van pijn, dat mensen kennen bij een gaatje (cariës) of tandhalsgevoeligheid. Bij tandhalsgevoeligheid kan deze pijn wel vanzelf overgaan, doordat het dentine de eigenschap bezit om bepaalde van deze buisjes te laten ‘dichtslibben’, waardoor het pijnsignaal niet langer wordt doorgegeven. Tandpasta’s tegen gevoelige tanden gaan dit dichtslibben bespoedigen. Wanneer echter bacteriën het dentine bereiken, kan het dentine deze bacteriën bijna nooit uit zichzelf tegenhouden, en moet de tandarts ingrijpen door het weghalen van het tandbederf en het plaatsen van een vulling. 

  1. Tandpulpa

Onder de dentinelaag, binnen in de tand, bevindt zich de tandpulpa, een holte met zenuwen en bloedvaten. Veel mensen vereenvoudigen deze binnenste laag van de tand tot de ‘tandzenuw’, maar eigenlijk bestaat de tandpulpa uit veel meer dan enkel maar de tandzenuw. Uiteraard is het doorzenden van een pijnsignaal naar de hersenen een zeer belangrijke functie van de tandpulpa. Wanneer bacteriën door tandbederf (een gaatje of cariës) de tandpulpa bereiken zal deze gaan ontsteken (pulpitis). Deze ontsteking zorgt voor een heel hevige pijnreactie die in sommige gevallen meerdere weken kan aanhouden. Deze pulpitis is één van de grootste oorzaken van hevige tandpijn.

Naast zenuwweefsel lopen ook  bloedvaten  vanuit het bot (kaakbeen) doorheen de tand om de tand te ‘bevoorraden’. In de tand bevinden zich namelijk veel cellen die de tand levendig en sterk houden en hiervoor bloedvoorziening nodig hebben. Dit is een heel belangrijke functie van de tandpulpa! Wanneer een gaatje zo ver doordringt dat de tandarts de tandpulpa moet wegnemen (door veel mensen ‘ontzenuwen’ genoemd), zal de patiënt inderdaad geen pijn meer voelen in de tand, maar door het wegnemen van de tandpulpa wordt de tand ook zwakker, kan de kleur wat grauwer worden, en zal hij makkelijker afbreken.   

Het tandvlees

Het tandvlees (ook wel gingiva genoemd) bedekt de tandwortel tot aan de overgang naar de tandkroon. Gezond tandvlees is lichtroze van kleur en heeft kleine lichte spikkeltjes zoals de schil van een sinaasappel. Het volgt de vorm van de tand, waardoor het tandvlees in kleine boogjes loopt. De driehoekige uitlopers van het tandvlees tussen de tanden noemen we de papil. Deze papil zorgt er onder andere voor dat we geen zwarte ruimtes zien tussen de tanden en onze mond er jonger uitziet.

Het is belangrijk om de overgang van de tand naar het tandvlees goed te poetsen! Dit is immers een plaats waar heel gemakkelijk voedselresten en bacteriën achterblijven. Deze kunnen ontsteking geven van het tandvlees, waardoor het er rood en gezwollen zal uitzien, gemakkelijk zal bloeden (ook bij het tandenpoetsen) en op lange termijn zelfs wegtrekt. Gezond tandvlees bloedt echter niet. Let wel op dat je de rand van het tandvlees niet te hard poetst. Gebruik een tandenborstel met haren die zacht of matig hard zijn en maak soepele, trage cirkelvormige bewegingen. Agressieve, schurende bewegingen kunnen immers het tandvlees beschadigen, waardoor het ook verdwijnt.


<< Terug